Regressie, progressie en trance

In de praktijk en in mijn ontwikkeling als therapeut kwam ik in aanraking met spontane regressie bij mijn cliënten en mijzelf. Hierdoor was het noodzakelijk om hierin gericht te ervaren en te leren coachen. Iedere therapeut kan hiermee in aanraking komen en zal ermee moeten leren omgaan. Vaak ontstaat tijdens de sessie met een cliënt een soort ontlading, hieraan gaan vaak ontspanning en een dialoog vooraf.

Rol van het verleden
Keer op keer blijkt dat een goede verwerking van traumatische gebeurtenissen uit het verleden tot veranderingen in denken, voelen en handelen in het hier en nu leidt. Ten eerste kunnen ernstige traumatische gebeurtenissen die slecht verwerkt zijn problemen geven in het nu. Ten tweede werken ervaringen waarin, bewust of onbewust, verkeerde conclusies getrokken zijn of intense beslissingen genomen werden, sterk door. Ten derde kunnen langdurige ervaringen de ontwikkeling van karakter, gewoontes, voorliefde en afkeer beïnvloeden.
In de praktijk van de therapie blijkt dat de ervaring op zich niet bepalend is, maar wel hoe men erop gereageerd heeft en wat men ermee gedaan heeft. Regressie helpt om de oorspronkelijke gebeurtenissen beter te verwerken, zodat de problematische nawerkingen verdwijnen.

Regressie
Het concentreren op een probleem roept in de regel bij de cliënt ervaringen op die er mee te maken hebben. Soms gaat dat zo snel dat hij direct op het regressieniveau komt, maar meestal is er een geleidelijke verdieping. De therapeut gebruikt vragen en suggesties die de herbeleving versterken en verduidelijken, zonder de inhoud te beïnvloeden.
De ervaringen tijdens een regressie kunnen alle zintuiglijke gewaarwordingen zijn: visuele indrukken, geluiden, geuren, smaken, tast- en lichaamsgevoelens. Mensen verschillen daarin. Soms blijven de indrukken beperkt tot een soort ‘wetend voelen’, vooral aan het begin van de sessies.
Voor het therapeutisch effect is hoe we iets ervaren van minder belang dan wat we erbij ervaren. Als het maar duidelijk wordt wat er is gebeurd; niet alleen de traumatische ervaring, maar ook alles wat daartoe heeft geleid en de gevolgen die daar uit voortkwamen. Naast de concrete oorzaken en gevolgen is het van belang hoe we die situatie hebben ervaren, geregistreerd en verwerkt. Ook gedachten en percepties die vooraf gingen aan het trauma en mogelijk mede het trauma hebben bepaald, worden opgespoord. Het is de bedoeling dat de cliënt tot inzicht komt en achteraf met het materiaal van de sessie verder kan werken. Daarom wordt ook niet gesuggereerd ‘alles maar weer te vergeten’.
Een trauma dat op zich misschien maar kort duurde, heeft vaak een lange verwerkingstijd nodig. Anderzijds kan er tijdens een sessie in vogelvlucht een heel leven, of zelfs meerdere levens worden doorgenomen. Dit hangt af van wat er precies wordt aangeboden.

Regressie en trance
In trance kunnen wij vergeten en verdrongen herinneringen uit het onderbewuste ophalen. Vrijwel ieder van ons herinnert zich op deze manier de oorspronkelijke ervaringen die met het probleem verbonden zijn.
Trance is een toestand van veranderd bewustzijn die kan ontstaan door ons te ontspannen of door ons sterk op iets te concentreren. De trance hoeft lang niet altijd vooraf te worden geïnduceerd. Wanneer we ons concentreren op een probleem en afdalen in onze innerlijke beleving, ontstaat vanzelf een zekere trance. Denk maar eens aan wat er gebeurd als je voor je uit zit te staren!?
De regressie mag niet zo diep gaan dat de cliënt zich helemaal identificeert met de vroegere situatie of persoon. Het gewone bewustzijn dient te blijven of te verhogen. Er is dus sprake van een tweeledig bewustzijn. Enerzijds is hij zich bewust van de herinneringen en anderzijds van waar hij op dat moment is en wat hij zegt en doet.
Overigens is het mogelijk dat niet alles dat in trance wordt ervaren een echte herinnering is. Er komen soms ook fantasieën boven, geladen met betekenis voor de cliënt, en soms archetypische belevingen. Een kundig therapeut kan bij een cliënt onderscheid maken tussen deze ervaringen. Voor het emotionele en lichamelijke effect van de behandeling is dat onderscheid niet van direct belang, maar uiteindelijk gaat het om authentieke belevingen. Symbolische ervaringen als feitelijk zien, of feitelijke ervaringen als symbolisch zien, beperken beide het uiteindelijke resultaat, vooral omdat hierdoor het inzicht vertroebelt kan worden.

De rol van het lichaam
Tijdens de regressie laat de therapeut de cliënt zich concentreren op zijn lichaam. Ook ervaringen van lichamelijke wonden en lichamelijke pijn uit een vorig leven kunnen in het huidige lichaam geprojecteerd en daar gevoeld worden.
De cliënt dient de emoties en lichamelijke sensaties die met de beleving te maken hebben bewust opnieuw te beleven om de nawerkingen kwijt te raken. Vooral het alsnog ervaren van verdrongen pijn is van belang. Onze natuurlijke neiging om pijn te vermijden maakt juist dat de pijn en de angst voor de pijn blijven bestaan. Juist door de pijnlijke ervaring heen gaan, helpt de trauma’s op te lossen.

Probleem als uitgangspunt
De therapeut neemt het probleem van de cliënt als uitgangspunt. Dit probleem wordt zoveel mogelijk verhelderd en de ontwikkeling en instandhouding ervan worden opgespoord. De essentiële gebeurtenissen die met het probleem te maken hebben, worden herbeleefd en in verband gebracht met gebeurtenissen in het huidige leven. Er kunnen allerlei problemen als uitgangspunt genomen worden voor regressie. Regressie wordt als psychotherapie ingezet en moet dus geschikt worden geacht voor psychische problemen. Mentale, emotionele en lichamelijke problemen hangen echter vaak samen. Vaak blijkt dan ook dat er lichamelijke problemen mee kunnen worden opgelost.

Ophalen van negatieve en positieve ervaringen
Therapeuten gebruiken regressie om cliënten hun problemen te laten oplossen. Ten eerste gaat het om het verwerken van vergeten en verdrongen ervaringen die de cliënt in zijn huidige leven belemmeren in zijn functioneren. Het uitgangspunt van de therapeut is dat de herinneringen van vroeger en de conclusies die toen getrokken zijn nog werkzaam zijn in de psyche en de basis vormen van veel problemen. Het gaat ook om het activeren van vergeten positieve herinneringen en vermogens van de cliënt. Latente vermogens en capaciteiten kunnen op die manier weer actief worden ingezet als progressie op de toekomst. In een effectieve behandeling komen bijna altijd beide aspecten aan bod. Een positief ervaren progressie binnen een behandeling of trance werkt als een goede motivatie.

Inzicht, vrijheid en zelfverantwoordelijkheid van de cliënt
Wij hebben een zelfhelend vermogen. Wat gebeurd is, is gebeurd, maar we kunnen onze reacties erop veranderen. We kunnen ergens sterker uitkomen in plaats van zwakker, door ervan te leren, door nieuw begrip, door nieuwe vastbeslotenheid. Wij kunnen het verleden verwerken. Dat is onze eigen verantwoordelijkheid. Het gaat er om cliënten te helpen het gevoel te geven dat ze weer greep op hun leven krijgen in plaats van overgeleverd te zijn aan de gebeurtenissen. Dit wordt onder meer gedaan door oude patronen van slachtofferschap op te sporen en te doorbreken. De grondgedachte hierbij is dat wij zelf verantwoordelijk, of op zijn minst medeverantwoordelijk, zijn voor hoe onze wereld er uit ziet. Het gaat er om wat we met onze ervaringen doen. Trauma’s blijven niet altijd doorwerken, maar kunnen verwerkt en losgelaten worden. Met het verdwijnen van passiviteit en angst kan ook de neurotische behoefte alles onder controle te houden verdwijnen en kunnen spontaniteit en experiment terugkeren in het leven.
De therapeut helpt de cliënt helderheid en inzicht in zijn probleem te krijgen. Hij geeft aan waar dingen misschien verkeerd gezien of uitgelegd zijn. Hij gaat er echter van uit – en hij vertrouwt er op – dat de cliënt zichzelf kan genezen.
Louter verstandelijk, afstandelijk begrijpen is niet voldoende. Het gaat ook om emotionele bevrijding, om catharsis (ontlading). Dat wordt bereikt door dat wat niet voldoende gevoeld of geuit is, alsnog te ervaren en te uiten.
Inzicht en catharsis zijn nauw met elkaar verbonden. Nieuw begrip kan bevrijdend werken. Een nieuw inzicht kan een emotionele doorbraak geven. Alleen de emoties herbeleven en uiten blijkt soms een tijdelijk effect te hebben. Het samengaan van inzicht met emotionele en lichamelijke catharsis leidt tot een blijvende progressief gerichte bevrijding.